Topcompetitie

INTERVIEW | Yves Coolen pakt zijn kans in Valkenswaard en legt zijn oor te luister voor een stap hogerop.

17 september 2020

Na de Omloop van Valkenswaard stond er voor de Nederlandse wielervolger een vrij verrassende winnaar op het hoogste schavot. De Belg Yves Coolen trok in de sprint aan het langste eind. Tijd om eens nader kennis te maken met de renner van Beat Cycling Club, die met zijn winst ook de leiding in het klassement nam.

We gaan even terug naar zondag 6 september. De dag van de Omloop van Valkenswaard. Even leek het erop dat de wedstrijd van Yves Coolen door meerdere materiaalpechgevallen al in de kiem gesmoord werd. Twee keer moest hij zijn plaats in het peloton verlaten om door zijn mechanieker gedepanneerd te worden. Toch kon hij telkens weer aansluiten. “De tweede keer dat ik terugkwam na materiaalpech was Luuc (Bugter, red.) weg. Luuc is zelf ook nog wel behoorlijk rap na zo’n koers, dus dat was eigenlijk perfect,” aldus de 24-jarige Belg.

Achter de kopgroep van vier met ploegmaatje Bugter speelde Beat Cycling Club goed ploegenspel. “Dan hebben Jan-Willem (van Schip, red.) en ikzelf constant voorin het peloton gezeten en alles gecounterd wat er vertrok om ervoor te zorgen dat die vlucht beschermd bleef. Dan was het de bedoeling om te sprinten voor de korte ereplaatsen. Vanaf plek vijf eigenlijk, want er waren er vier weg. Daarom dat we met twee man daar klaar zaten.”

Uiteindelijk bleek de wedstrijd vijfhonderd meter te lang voor de kopgroep. Opnieuw nam het duo Van Schip-Coolen het initiatief. “Toen zag ik op een goeie vijfhonderd meter van de aankomst dat toch nog allemaal ging samenvloeien. Dan heb ik het zekere voor het onzekere genomen en Jan-Willem de opdracht gegeven om de sprint in gang te zetten. Anders hadden we misschien ingesloten gezeten en dat had het helemaal niks geweest. Dat heeft goed uitgedraaid.”

Elf jaar geleden begon de wielercarrière van Yves Coolen in Kasterlee, de plaats waar de geboren Turnhouternaar nog altijd woont. Als tiener meldde hij zich aan bij de wielerclub met de gevleugelde naam de Kastelse Durvers. Dat Coolen een durver was, bewees hij in het veld waar hij zijn eerste stappen in het wielrennen zette. “Ik heb vroeger altijd aan veldrijden gedaan. Ik ben van het jaar ’95, dus ik zit in de lichting van Mathieu van der Poel, Wout van Aert, Laurens Sweeck, Quinten Hermans. Toch best een mooie lichting.”

In die lichting kon Yves Coolen zich onderscheiden. In 2016 won hij zowel in Herenthout als de GP Gemeentebelangen in Nieuwkerken-Waas. Met die overwinningen verzekerde hij zich van de tweede plaats in de Beker van België voor beloften en won hij het jongerenklassement. Toch was dat ook het jaar waarin een carrière op de weg gloorde. “Dat jaar was voor mij wel een beetje het kantelpunt geweest, waarin ik ben beginne twijfelen. Ik heb dan ook dat jongerenklassement gewonnen en eigenlijk was ik ook nog crosser op dat moment,” merkt Coolen op. “Maar ik zag ook dat het eigenlijk elke zomer beter liep op de weg dan dat het in de winter deed in het veld. Toen heb ik de stap gezet om op de weg te gaan rijden.”

Yves Coolen kreeg een plaatsje aangeboden in de sterke opleidingsploeg Home Solutions van ex-prof Kevin Hulsmans en consorten. Dat jaar betaalde Yves’ omschakeling van de modder naar het gladde asfalt direct uit. “Het jaar na mijn omschakeling won ik meteen een UCI-koers,” doelt Coolen op de 25e Memorial Philippe Van Coningsloo die hij in 2017 won. “In die zin bleek dat de juiste keuze.”

Net als in Valkenswaard won Yves Coolen de Memorial Philippe Van Coningsloo in een sprint. Is de 24-jarige renner uit Kasterlee ook echt een sprinter? “Ik ben niet echt een sprinter,” bekent hij direct. “Allé, toch niet echt de echte massasprint. Ik ben ook maar iemand van 64 kilogram ofzo, dus voor mij is die echte pure massasprint waar het gaat om de snelheid toch lastig, omdat ik geen gewicht heb om in de strijd te gooien. Ik moet het eerder hebben van een sprintje zoals in Valkenswaard na een lastige koers, waar er al veel van de snelle spiervezels zijn afgebot. Dan, of in een klein groepje, heb ik wel een goede kans.”

Die lastige koers vond Coolen in Valkenswaard, waar de oplopende vermoeidheid en de strijd om de langste adem op de onverharde stroken een interessant spel opleverden. Verbaasde Coolen zichzelf dat juist hij in Valkenswaard als winnaar uit de bus kwam? “Ik wist wel dat ik in heel goede vorm zat. De weekends ervoor met het Hageland, de Druivenkoers en de Brussel Cycling Classic waren voor mij ook echt goed, vond Coolen, die in alle drie die belangrijke wedstrijden met afstand de beste continentale renner was. “In het Hageland deed ik mee tot diep in de finale die fietste voor plaats drie. In de Brussel Cycling Classic zat ik ook netjes in de top 5 te wachten op de sprint tot ik lek reed op anderhalve kilometer van de meet. Dus ik wist wel dat als alles een beetje in een plooi ging vallen, dat ik wel in zo’n soort koersen kon meedoen voor te winnen.”

Coolen kwam dus bijzonder goed uit de coronabreak. “Wij in België zijn wel al niet iets eerder kunnen beginnen met koersen al. In België hebben ze de kermiskoersen vanaf juli denk ik opengezet, zodat het mogelijk was om te gaan koersen. Daar heb ik dan wel gebruik van gemaakt om alvast een tweetal koersen te rijden voordat we met de ploeg vanaf augustus in gang gingen gaan. Op dat vlak zijn wij misschien wel een beetje in het voordeel geweest ten opzichte van de Nederlandse renners. Maar het is natuurlijk altijd wel een beetje afwachten hoe je uit die lange periode komt en hoe de rest ervoor staat. Het is natuurlijk een gegeven dat nog niemand heeft meegemaakt, dus het was wel heel apart, ja.”

“Ergens heb ik in die periode ook wel een geluk bij een ongeluk gehad. Ik ben aangereden op tijdrittraining en toen brak ik mijn linker scapula (de kop van zijn schouderblad, red.). Dat was ergens in mei, aan het begin van de corona. Daar heb ik wel een tien tot veertien dagen rust mee gehad. Misschien is dat ook wel goed geweest voor mij. Daardoor was het ook meteen een rustperiode voor mij, waardoor ik nadien, nu, misschien net iets frisser ga zijn tot het einde van het jaar dan sommige andere die toen ze de lockdown uitkwamen echt volop zijn beginnen trainen. Misschien is dat wel een geluk geweest. Toen mijn schouder in orde was ben ik ook weer in gang geschoten met training en heb ik de hele maand juli in een hoogtetent gelegen thuis. Daarna was het alweer koers.”

Dat koersen ging bijzonder goed, getuige Coolen’s uitslagen tussen de profs en zijn winst in Valkenswaard. Volgende week dinsdag, 22 september, staat ook in zijn agenda aangekruist. Dan is het Belgisch Kampioenschap. “Het gaat een heel apart BK zijn. De Ronde van Frankrijk loopt tot de zondag ervoor, dus het gaat een ander peloton zijn.” Een peloton met kansen voor Coolen wellicht. “Het moet ook een omloop zijn die me wel moet liggen. Het parcours lijkt heel erg op Halle-Ingooigem.” Vorig jaar werd Coolen daar in zijn eerste deelname 25e, voor een aantal sprinters die dinsdag ook kans maken. “Het is wel lastig, maar het is ook niet voor klimmers. Het zou zomaar met een uitgedunde groep naar de finish kunnen gaan en dan hoop ik er nog bij te zitten en een mooie ereplaats te behalen.”

Foto: Beat Cycling Club

Het BK is nog een uitgelezen kans voor Yves Coolen, die naast het fietsen halftijds als mechanieker in het ‘werkhuis’ werkt bij de fietsenmaker in Kasterlee, om zich in de kijker te rijden bij grotere ploegen. “Er zijn verder niet heel veel kansen meer, maar ik hoop richting het einde van het seizoen nog mee te pakken wat er mee te pakken valt. Dan kijk ik vooral nog naar Parijs-Tours en de Scheldeprijs waar we aan de start staan in een mooi peloton en in wedstrijden die mij moeten liggen. Ik denk verder wel dat ik de afgelopen maand bewezen heb dat ik een stap hogerop wel aan kan en ook wel waard ben. De afgelopen profkoersen zit ik gewoon vol in de finale mee te koersen. Ik was in de hele maand augustus de beste continentale renner in de uitslagen en een week nadien win ik de Omloop van Valkenswaard en dat is eigenlijk een van de weinige kansen die wij als ploeg hebben om op dat niveau nog te rijden. Dan moet je meedoen voor de overwinning en dan win ik die ook nog meteen. Dat toont wel aan dat ik de kansen grijp ik krijg. Je moet natuurlijk die kans wel krijgen.”

Dat het in deze periode lastig is om een plekje bij een profploeg te veroveren, beseft Yves Coolen wel. Hij schroomt dan ook niet om zelf het initiatief te nemen. “Ik probeer hier en daar mijn oor wel te luister te leggen. Maar door de corona is het best wel lastig. De plaatsjes zijn beperkt. Je hebt een aantal in het oog springende resultaten nodig en ik denk dat er dan wel dingen mogelijk zijn. Het is misschien raar om te zeggen, maar het is dan wel laat op het seizoen, maar het is best nog vroeg om nu te tekenen. Er zijn pas zo weinig koersen gereden, dus ik verwacht dat er nog altijd heel veel type renners gaan tekenen rond eind oktober.” Tot die tijd heeft Yves Coolen om zijn goede vorm te bevestigen en ervoor te zorgen dat de profploegen niet om hem heen kunnen.

Foto: Beat Cycling Club



Je hebt de top bereikt
onze sponsoren