Topcompetitie

Beau baalt, maar ziet ook wel de schoonheid van zijn prestatie

26 februari 2019

Als de Ster van Zwolle een kilometer korter was had niet Coen Vermeltfoort, maar Beau Duvigneau de koers op zijn naam geschreven. Maar als bestaat niet in het wielrennen en dat weet de 23-jarige renner van het Vlasman Cycling Team nu al te goed. Een 25-kilometer-lange solo kwam in het zicht van de haven ten einde. Het werd een massasprint en Duvigneau kon naar huis met een troostprijs, de prijs voor meest strijdlustige renner. 

Op de ochtend van de Craft Ster van Zwolle had Duvigneau precies één koers gewonnen, de Ronde van Zutphen van 2017. Hij klopte daar Rens te Stroet en Jasper Schouten, die trouwens ook tijdens deze Ster in het peloton reden. Duvigneau kwam zaterdag als 142e over de streep, een uitslag die geen recht doet aan de koers die hij gereden heeft. Een uitslag die ervoor zorgt dat hij ook na de Ster van Zwolle alleen nog maar de Ronde van Zutphen achter zijn naam heeft staan.

“De Ronde van Zutphen was wel mijn thuiskoers hé”, vertelt Duvigneau. “Dat was ook moeilijk om te winnen en daar ben ik ook zeker trots op.” We gaan het met Duvigneau een paar dagen na de Ster niet over de Ronde van Zutphen hebben. “Ik baal nog wel als ik terugdenk aan de Ster. Ik denk dat ik ook wel even tijd nodig heb om dit te verwerken.” Beau baalt. “Ik denk dat ik over een tijdje wel besef dat ik een mooie prestatie heb neergezet. Maar voorlopig nog niet.”

Zijn indrukwekkende solo heeft hij ondertussen teruggekeken. “Ik weet niet of dat zo slim was, ik baalde namelijk nog een keer toen ik de beelden zag.” Eén van de positieve dingen die hij er meteen uit kon halen waren de tal van reacties die de 23-jarige Zutphenaar kreeg. “Op twitter reageren mensen die ik helemaal niet ken. Die sturen je dan dat ze hoopten dat je het gaat halen en dat ze hebben genoten. Dat maakt het wel erg mooi.”

Bekijk hier de volledige Ster van Zwolle-uitzending terug

25 kilometer solo

Duvigneau zat al de hele dag in een grote kopgroep waarmee hij minuten voorsprong had op het peloton. Toch kwam de hoofdmacht dichterbij en moest er iets bedacht worden. De vele TV-kijkers zagen Duvigneau op 25 kilometer van de streep aan zijn avontuur beginnen. Ongetwijfeld zaten er veel mensen achter hun tv met de vraag: waarom nu al? Het was niet eens het idee van Duvigneau. “Kort daarvoor was ik bij de auto geweest. Ton (Welling red.) was duidelijk, de groep erachter kwam terug en ik moest vol demarreren.” Duvigneau vroeg zich af wie hij mee moest nemen en zei tegen Welling: “Ik moet toch niet alleen gaan.” Welling reageerde meteen: “Tuurlijk wel.”

En zo geschiedde. Duvigneau sloot weer aan en met een verschroeiende demarrage liet hij iedereen achter zich. Hij had snel een gat, maar wist nog steeds niet waar die mee bezig was. “Ik hoopte eigenlijk dat ik de finale kon openen, dat ik er misschien een aantal afreed zodat de groep weer goed begon samen te werken.” Het duurde even voordat het besef kwam dat hij door moest gaan. “Toen ik mijn voorsprong zag wist ik het zeker, ik kon niet meer terug. Vanaf dat moment ben ik er vol voor gegaan. Eerst dacht ik nog dat het een kansloze missie was, maar toen het verschil opliep begon ik er steeds meer in te geloven.”

Het echte besef kwam pas bij de brug richting Zwolle. “Ik was al behoorlijk leeg aan het raken, maar toen ik daar reed wist ik dat het niet zo ver meer was. Ik bedacht me dat het wel eens kon gaan lukken.” Maar, Duvigneau wist niet precies hoe ver het was en hij vroeg om hulp. “Ik heb het aan Léon van Bon gevraagd. Vorig jaar reed ik voor het eerst de Ster, toen reden we vrij rustig die laatste kilometers. In mijn herinnering was het ook veel korter van de brug tot de streep. Toen schrok ik wel even dat hij zei dat het nog 6 kilometer was. Het ging al niet meer zo goed en ik was al aardig leeg.”

In de slotfase kwam eerst Timo de Jong er keihard overheen en in de laatste kilometers had Duvigneau door dat het voorbij was. “Ik zag het peloton komen en ik kwam niet meer vooruit, dan weet je dat het lastig ging worden.” Het peloton kwam voorbij en voor de renner uit Zutphen restte niks meer dan de prijs voor de strijdlust.

Eerste keer

“Het lijkt net of ik de laatste 3 km pas stilval”, vertelt Duvigneau als hij het over de beelden heeft. “Maar ik was de laatste 7 km al leeg, toen ging het al steeds minder.” Hij is weer een ervaring rijker, want nooit eerder kwam de 23-jarige coureur in deze situatie terecht. Achter hem was het zijn ploeggenoot Melvin van Zijl die de vlucht beschermde. Van Zijl sprong op alles wat bewoog en zorgde ervoor dat zijn ploeggenoot verder weg kon rijden. “Daar heb ik hem nog wel voor bedankt. Dat was echt super en dat laat ook zien dat we als ploeg bereid zijn om door het vuur te gaan.”

Duvigneau rijdt nu voor het derde jaar bij het Vlasman Continental Team. Het team is deze winter amper veranderd. De enige aanwinst is Hartthijs de Vries.  “De ploeg is zeker sterker geworden. Het team is redelijk hetzelfde gebleven, maar iedereen weet wat we aan elkaar hebben en dat geeft een goede sfeer voor zo’n wedstrijd.”  Niet alleen de ploeg, ook Beau zelf voelt dat hij weer een stap gemaakt heeft. “Zo’n actie als tijdens de Ster had ik twee jaar geleden niet gekund. Het lijkt er nu dan ook echt uit te komen.” Zijn prestatie in de Ster is dan ook een bevestiging dat hij goed bezig is. “Je ziet je trainingen en je waardes, dan is het fijn dat het in de koers bevestigd word.”

Met de prijs voor de strijdlust op zag gaat de allrounder van Vlasman naar de volgende koersen. “Komend weekend de Ronde van Overijssel en daarna staan er ook een aantal mooie klassiekers op het programma. Het zou mooi zijn als ik dit jaar die ene uitschieter kan hebben. Ik weet nu dat ik in vorm ben, wie weet wat er nog meer in zit.”



Je hebt de top bereikt
onze sponsoren