Topcompetitie

Joost van der Burg is blij om te mogen koersen voor het Vlasman Cycling Team

25 mei 2017

Joost van der Burg heeft het afgelopen jaar veel meegemaakt. De Nederlandse baanwielrenner mocht vorig jaar aantreden op de Olympische Spelen in Rio, maar dat is iets waar hij niet graag meer aan terug denkt. Op 11 augustus ging het mis. tijdens de kwalificaties van de ploegenachtervolging kwam Joost van der Burg hard ten val en was zijn Olympische optreden voorbij. Pas negen maanden later begint hij zich eindelijk weer de oude te voelen en maakte hij afgelopen weekend zijn debuut voor het Vlasman Cycling Team.

“Ik ben weer lekker bezig”, zegt Joost opgelucht “Ik train weer goed op de weg en ook weer op de baan.” Van der Burg reed afgelopen weekend de Simac Omloop der Kempen. De 23-jarige baanrenner is blij om weer lekker op de fiets te zitten. “Het duurde veel te lang, maar het is mooi dat ik nu weer kan koersen.” Van der Burg werd door zijn val in Rio behoorlijk teruggeslagen. Een spierscheuring zorgde ervoor dat zijn seizoen over was. En dat terwijl hij al plannen had gemaakt voor een mooi naseizoen. “Ik had graag na de spelen al de overstap gemaakt naar Vlasman, maar de blessure in mijn been zorgde ervoor dat ik heel lang stil moest zitten. Toen werd al snel duidelijk dat ik die overstap pas kon maken wanneer het echt weer goed was met mijn benen.”

Na een aantal koers voor de clubcombinatie WASP ging het snel beter en halverwege mei kon hij dan toch de overstap maken. “De wedstrijden die ik dit jaar heb gereden gingen steeds beter. Mijn conditie kwam snel weer terug en vorige week kon ik de overstap officieel maken. Het heeft lang geduurd, maar in de laatste weken gaat het weer erg lekker.”

Van der Burg is blij dat hij juist bij de ploeg van Ton Welling kon gaan koersen. “Ik had aangegeven dat ik graag bij het Vlasman Cycling Team zou rijden. De ploeg heeft natuurlijk een goede connectie met de baan en zelfs bondscoach Peter Schep staat in nauw contact met de ploeg. Daarnaast waren bij Vlasman Cycling Team een aantal renners geblesseerd dus is het allemaal snel gegaan de afgelopen weken.”

Spierscheuring

De klap die hij in Rio te verwerken kreeg leek in eerste instantie een mentale opdoffer voor de jonge baanrenner. Al snel na de valpartij stond hij weer op en vanuit de Nederlandse huiskamers leek er lichamelijk weinig aan de hand voor Van der Burg. Toch liep het anders en voelde Van der Burg vrij snel dat het niet goed zat. “Het was snel duidelijk dat het een spierscheuring was, maar aan de andere kant werd er snel gezegd dat ik na vier weken wel weer op de fiets kon zitten. Uiteindelijk duurde het nog lang voordat we wisten hoe serieus er was. Bij terugkomst in Nederland zeiden de doktoren al snel dat ik 2 a 3 maanden niet kon fietsen en in oktober werd zelfs gezegd dat ik in maart pas weer op de fiets kon zitten.”

Het was een zware periode voor Van der Burg. “Een spierscheuring is geen voorkomende blessure in het wielrennen en je weet niet precies wat je moet doen. Een breuk zie je wel vaker maar een scheuring is voor je gevoel toch iets wat vooral in sporten zoals voetbal voorkomt.” Na oktober was het vooral revalideren. “Vijf maanden lang ging ik drie keer per week naar de fysio. Dat hielp want op 23 december kreeg ik een vervroegd kerstcadeau. Ik mocht weer gaan fietsen.”

Joost stapte meteen op de fiets en had met het WK Baanwielrennen in april een mooi doel om voor te trainen. “Ik hoopte ontzettend dat ik het WK zou kunnen rijden. De mensen om mij heen zeiden dat het te vroeg zou komen en helaas kregen zij daarin gelijk. De eerste anderhalve maand zag ik echt geen verbetering in mijn trainingen, maar daarna werd ik steeds beter. Die periode was behoorlijk zwaar. Je verwacht toch dat het elke keer beter zou gaan, maar dat was niet zo. Pas begin maart voelde ik mij weer echt een wielrenner en kon ik serieus gaan trainen.”

Ondanks dat het beter gaat is niet te zeggen dat hij volledig hersteld is.  “Die spierscheur in de quadriceps komt uiteindelijk niet meer goed. Er zit littekenweefsel en dat betekent dat de rest van de spieren het op moeten vangen. Het was behoorlijk zwaar dat ze tegen je zeggen dat het niet meer goed komt, maar uiteindelijk lijken de gevolgen op lange termijn mee te vallen. Ik heb er voor gekozen om in de luwte beter te worden. Een beetje criteriums rijden en in de clubcompetitie koersen. Uiteindelijk merk ik geen krachtsverschil en hebben mijn andere spieren het goed opgevangen.

De koers die hij begin dit jaar reed waren in het shirt van WASP, De combinatie van Wtos, Ahoy, Spartaan en Restore. “Dat was een leuke gezellig ploeg om weer bij te beginnen, maar helaas niet zoveel klassiekers zoals ik nu bij het Vlasman Cycling Team wel kan rijden.

Baan

De baan is nog steeds het belangrijkste voor Van der Burg. “Er spelen heel veel dingen achter de schermen, maar voorlopig houd ik mijn focus op het baanwielrennen. De kans is groot dat er minder focus op de ploegenachtervolging komt en meer op de pelotonsonderdelen. Daarom moet ik ervoor zorgen dat ik meer klassieker rijd. Vorig jaar was ik de starter op de achtervolging. Dan doe je veel krachttraining en hoef je minder klassieker te rijden. Dit is een belangrijke reden om naar Vlasman te gaan. Een duidelijke samenwerking met het baanwielrennen en de mogelijkheid om veel klassiekers te rijden.”

Toch hoopt Van der Burg dat de ploegenachtervolging levend word gehouden. “Het is een mooi onderdeel en met een aantal sterke renners kan er een enorme boost worden gegeven. Vorig jaar op de spelen zeiden we nog tegen Tom Dumoulin dat hij mee moest trainen. Zijn tijdrit capaciteiten kan hij mooi op de baaninzetten. Het leek hem zeker leuk, maar zoals bekend heeft hij andere prioriteiten en dat is ook duidelijk te zien. Het is logisch maar ook jammer. In Nederland is het nog niet echt duidelijk dat het baanwielrennen een belangrijke basis is om hard te kunnen fietsen. Kijk maar naar Jan Willem van Schip, die zegt ook altijd dat zijn prestaties op de weg een gevolg zijn van zijn trainingen op de baan. Zijn demarrages en solo’s komen echt van het banwielrennen.”

De ideale ploeg waarin je als baanwielrenner op de weg kan rijden is volgens Joost van der Burg het Vlasman Cycling Team. “Vlasman probeert met het team de baansport te ondersteunen in de hoop dat het Nederlandse baanwielrennen daar van profiteert. Het zou echt jammer zijn als een onderdeel als de ploegenachtervolging stopt of minder intensief wordt ondersteund. KNWU en Vlasman zijn twee losse partijen, maar mannen zoals Peter Schep hebben veel contact met de ploeg. Dat is ook wel logisch als je ziet hoeveel Vlasman-renners er bij een gemiddelde baanselectie training aanwezig zijn. De visie van het team is duidelijk, baan en weg combineren. Het is mooi om met de mannen die je van de baan kent ook op de weg te koersen.”

 

 



Je hebt de top bereikt
onze sponsoren